Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
54
Hoe vertelt ff ij dit aan iiiven vader, op Piet en
Dirk vj>ijzende?
Als er 7ÏU in plaats van Piet en Dirk. Anna en
Mina stond, hoe zoudt gij dit dan vertellen, op
Anna en Mina wijzende^
En hoe, zoo er in plaats van Piet en Dirk, eens
stond de kinderend
100.
TerYang de woorden, die tusschen () staan, door
persoonlijke Toornaauiwoorden :
Gesprek tusschen Jan, Piet, Keetje en Xeeltje.
J. Wil (Jan) (P. K. en X.) eens wat vertellen?
P. Ja. graag! (Piet) is wel nieuwsgierig; (K. en X.)
ook wel, gelooft (Piet).
K. en X. (K. en X.) hooren ook gaarne wat
aardigs. AVil (Jan) maar beginnen?
J. Als (Jan) (P. K. en X.) verveelt, moeten (P.
K. en X.) maar wegloopen. Vader en (Jan) gingen
uit wandelen. (Vader en Jan) moesten overvaren.
Toen (Vader en Jan) bij het veer kwamen, lag de
schipper juist gereed. »Gaan (Vader en Jan) mede
over? Willen (Vader en Jan) dan spoedig instappen ?
»(De schipper) heeft niet veel tijd", sprak de veerman.
(Vader en Jan) deden, wat (de schipper) zeide. Midden
op het water gekomen, kwam er een dikke mist op-
zetten, zoodat (de schipper, Vader en Jan) elkander niet
konden zien. (Jan) werd bang, doch de schipper
zeide: »Vertrouw gerust op (den schipper); (de