Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
broeders goede betrekkingen te bezorgen. (Haar)
laatste levensjaren heeft zij in vreugde doorgebracht!
(Zijn) ouders waren getroiVen door de blijken van
dankbaarheid (hun) kinderen. De oppervlakte (ons)
bosschen Mordt van jaar tot jaar kleinei'. (Ons)
reeders zijn ongelukkig; (hun) schepen zijn op zee
vergaan. De strijd (ons) voorouders tegen (hun)
verdrukkers wordt in (uw) boeken keurig besclireven.
Schrijft gij (uw) vrienden, dat zij na (lum) examens
eenige dagen bij u kunnen doorbrengen en van (mijn)
])aarden en rijtuigen gebruik kunnen maken? Om
(haar) fouten te verbeteren, heeft dat meisje (haai*)
zinnen overgesclireven. (Zijn) lionden hebben (uw)
schapen in (mijni tuin gejaagd. (Ons) knechts liebben
(uw) gereedschap gebruikt om (zijn) tuinen op te
knappen. Gelooft gij (uw) vrienden niet ?

Daar komen (uw) vrienden, maar waar blijven
de (mijn) ? Ik geef al het brood niet aan (zijn)
hond, ik bewaar wat voor den (mijn) ook. AVie heeft
in (mijn) kast (mijn) boeken verlegd ? Dit is (mijn)
liniaal, waar is de (uw) ? Keetje heeft de (haar)
meegenomen. Laat gij (uw) kast openstaan? Ik sluit
de (mijn) altijd. De reizigers waren bijna aan het
einde van (hun) tocht; het huis (hun) vrienden
scheen met (zijn) roode dak i'eeds door de boomen.
De schapen (ons) buurmans zijn al geschoren. Hoe
staat het met de (uw)? AVij moeten (ons) naasten
liefhebben. Hoe laat was (uw) vader thuis ? Te