Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
«9.
Kijk eens, waar gij de (ch) wel gebruiken moet,
waar niet :
De man werkt voor zijn dagelijks(ch) brood. De
stoomboot van llotterdam op Dordrecht doet dage-
lij ks(ch) wel zes reizen. Jaarlijks(ch) bezoekt de
Commissaris der Koningin een gedeelte der provincie.
Bij dit jaarlijks(ch) bezoek verleent Z. E. audientie.
Dat werk verschijnt in maandelijks(ch)e afleveringen.
Tevergeefs(ch) wendde de bedelaar zich tot de
voorbijgangers om eene aalmoes. Al zijne moeite
is tevergeefs(cli). Maandelijks(ch) doet de boek-
houder rekening en verantwoording. Het weke-
lijks(ch) loon van dezen handwerksman is niet toe-
reikend voor dit talrijk huisgezin. De wekelijks(ch)e
schoonmaak van de school geschiedt Zaterdags. Geef
ons heden ons dagelijks(ch) brood. Moedig mai--
cheerden ook onze soldaten voorwaarts(ch), toen zij de
voorwaarts(ch)e bewegingen der vijanden bespeurden.
AVien behoort ginds(ch)e hut? Loopt uw vriend
ginds(ch)? Hij wist niet, of hij links(ch) of rechts(ch)
zou gaan en maakte daardoor averechts(ch)e bewe-
gingen. De Oosterlingen bewijzen hunnen Vorst
slaafs(ch)e gehoorzaamheid.
Ontleed deze zinnen :
Mijn vriend koopt eene koe.
De koe mijns vriends kost honderd gulden.
De meid poetst mijnen vriend de laarzen.
De heer groet mijnen vriend.