Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
gemoed ondervindt dikwijls de (bitter) teleurstelling.
Onze (edel) bedoelingen worden somtijds op de
(grievend) wijze miskend. Onzen (schoon) verwach-
tingen wordt menigmaal de bodem ingeslagen. Hoe
(hevig) de strijd is, des te (schoon) is de overwin-
ning. Die de (oud) is, moet ook de (wijs) zijn.
Niet (laf) is die held, omdat hij (menschelijk) is
dan zijne kameraden. Als het vee (duur) wordt,
wordt het vleesch niet (goedkoop). Hoe meer hij
drinkt, hoe (dronken) hij wordt.
Schrijf 10 bijvoeglijke naamwoorden op, die geen
trappen van vergelijking hebben.
6K.
Ontleed deze zinnen :
Jan schrijft mooi. De snoek zwemt vlug. Liep
de visch vrouw rechtuit? De kindermeid zingt valsch.
Karei belt vergeefs. De koopman zette den voet
dwars. Gehoorzaamt zij de vrouw slaafs? De officier
commandeerde bits. De soldaten gehoorzamen blin-
delings. Draait het rijtuig daar links?
De ]
man ƒ
hanJelt
kinderachtig.
VOORBEELD VAN ONTLEDING :
onderwerp
gezegde
hep. V.hoedanigheid
bepalend lidwoord,
gem. zelfst. nw., mann., enk., In nv.
werkw., onv. teg. tijd, 3e pers., enk.
hijwoord van hoedanigheid.