Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
goeden boom wordt zelden eene slechte vrucht vooK-
gebvacht. De lange weg woi'dt door den vluggen
harddraver in weinige uren afgelegd. De oude vader
werd door den dankbai'en zoou tot zijnen dood toe
onderhouden.
04.
Maak van deze bijvoei^lijke naaiinvoordeii de trappen
van rergelijkins::
oud slap boos zuur kwaad
hoog dom loos zwaar welkom
groot laf grof bitter goedkoop
nieuw los lief blij druipnat
mooi mal doof helder eeuwig
klein glad braaf mager vierkant
beleefd nat dwaas goed rond
gehoorzaam druk scheef weinig cirkelrond
Gd.
Gebruik den yereisehten Irap der bijYoej^liJk naam-
woorden, die tusselien () staan:
Jan is zoo (oud) als Piet, maar hij is (oud) dan
Herman. Het is vandaag veel (warm) dan gisteren.
De olifant is het (gi'oot) landdier. Dit varken
is (vet) dan die koe. AVie is de (oud) van de
twee? Ik zit op school in de (hoog) klasse. Het
paard is (sterk) dan de ezel, maar de ezel is (voor-
zichtig) en (geduldig) dan het paard. Dit bed is
(zacht) dan^die matras, maar vaders bed is het
(zacht). Het is in den zomer somtijds even (koud)