Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
voet over — glad .. ijs. — koud .. handen worden
verwarmd door het spelen met — wit . . sneeuw.
Op — verkleumd .. gezichten verschijnt — blozend . .
kleur — gezondheid. — flink . . jongens en meisjes
zijn niet bang voor — koud .. winter. Onthoudt gij —
nuttig . . lessen, die uwe braaf. . ouders u geven ?
Daar komt — oud . . dienstmeid van — jong . .
dokter. — droog . . sneeuw piept onder — zwaar —
last. — ijverig . . leerling schrijft met — zwart . . inkt
op — wit . . papier. In — groot . . tuin groeit rood . .
en wit . . kool.
Terbnig de volgende woorden en maak zinnen,
waarin zij in de verschillende naamvallen
voorkomen :
de gouden ring — de houten tafel — het koperen
sieraad — een Rotterdammer schipper — de
linkerhand — een zijden mantel,
39.
Ontleed deze zinnen :
De man is oud. De koeien werden vet. Vlijtig
is de -VTOuw. Blijft het paard lui ? De jongen schijnt
doof. Hier lijkt het water diep. Gisteren waren
de arbeiders moede. De wind is heden koud. De
man heet rijk.
VOORBEELD VAX ONTLEDING :
Het
kind
wordt
ziek.
onderwerp
gezegde
bepalend lidwoord,
gem. zelfst. nw., onz., enk., In nv,
werkw., onvolt. teg. tijd, 3n pers., enk,
hijvoeglijk naamwoord.