Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
weergalmt van — vroolijk . . gezang van —
klein . . vogeltje. — blauw . . dak van — gast-
vrij . . huis schijnt door — dicht .. gebladerte. —
krachtig . . bier schuimt in — mooi . . glas. —
gunstig . . weer lokte — vroolijk . . gezelschap tot
genieten uit. In — stil . . avonduur las — weet-
gierig . . knaapje — aandoenlijk . . verhaal. —
treurig . . bericht van — plotseling . . overlijden
van — veelbelovend . . kind dompelde — klein . .
liuisgezin in rouw. — rijp . . koren geraakt door
— zacht . . windje in beweging.
53.
Ontleed deze zinnen :
vaders
worden bemind.
De goede Imoeders
hinderen
De heer prees het gedrag der goede
vaders.
moeders.
hinderen.
De arbeid verschafte den goeden
vaders
moeders
hinderen
brood.
ßampen treffen de goede
'vaders,
moeders.
[hinderen.
54.
Terbuig de volgende woorden en maak zinnen, waarin
zij in de verscliilïende naamvallen voorkomen:
de wilde tijgers — de bonte koeien — de oude
huizen — de hooge schepen.