Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Valsch . . schaamte leidt — onbedachtzaam . .
jeugd dikwijls ten verderve. — heldhaftig . . ver-
dediging — zwakke vesting geeft — dapper . . be-
volking aanspraak op — blijvend . . erkentelijkheid
van — nageslacht.
50.
Ontleed deze zinnen :
liet zwarte paard loopt voor het rijtuig.
De boer roemt de vlugheid des zwarten paards.
De knecht gaf het zwarte paard voeder.
Verkoopt de koopman het zwarte paard ?
51.
Verbuig de volgende woorden en maak zinnen,
waarin zij in de verschillende naamviillen
voorkomen :
het gehoorzame kind — het jonge schaap —
het vette varken — een breed raam.
52.
Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden in den
vereischten vorm en vnl, waar een — staat,
het bepalend lidwoord in :
— nieuw . . tuig van — jong . . paard hangt
in — oud . . koetshuis. Geeft gij — lief . . kind
— mooi . . speelgoed ? — groen . . hek staat voor
— weiland. Zij zoeken — karig . . voedsel op —
dor . . veld. — nieuw . . hok — varkens staat aan
— einde van — eenzaam . . pad. — levendig . .
spel behaagt — vlijtig . . kind. — groen . . woud