Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
45.
A'erbui^ de volgende woorden en maak zinnen,
waarin zij iu de verscliilïende naamvallen
voorkomen:
de luie knaap — de oude koning — de arme
bedelaar — een sterke leeuw.
M.
Schrijf de bijvoeglijke naamwoorden in den
vereischten vorm en vul, waar een — staat,
het bepalend lidwoord in :
— rijk .. boer, die aan — breed . . weg woont,
kocht gisteren — vet . . os. — knecht — rijk . .
boers hielp — arm . . daglooner. — gezond . . jongen
bood ■— ziek . . man hulp. Bedriegt — vreemd . .
koopman •— rijk .. boer niet? Daar is — blind . .
bedelaar. — zoon van — oud . . tuinman is —
trouw . . vriend van — ongelukkig . , koetsier. —
hard . . wind deed — oud . . molen kraken. —
bekwaam . . timmerman koopt ■— fraai . . boom.
In — laat . . avond keerde — dapper . . soldaat
langs •— gevaarlijk . . weg terug. — oud . . man
blies — laatst . . adem uit. — oud . . generaal is
— trouw . . vriend — machtig . . konings. Op —
heet.. middag rust — ijverig . . werkman, maar in
— vroeg . . morgen werkt.hij. — zacht . . regen
doorweekt — hard . . grond. — fier . . adelaar woont
op — top van — hoog . . berg.