Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
— landschap levert dikwijls — heerlijk gezicht op.
Het leed — kinds bedroeft — moederhart. —
kanaal bevordert dikwijls de ontginning van — groot
gedeelte van -— land. — ongeluk zit dikwijls in —
klein hoekje.
39.
Schrijf (leze zinnen in den lijdenden vorm:
Een hondje zag een katje in een boompje. Een
dak dekt een huis. Een volk bewoont een land.
Een anker behoedt een schip voor wegdrijven. Een
varken bewoont een hok. De schipper dronk een
glas bier. Een park versiert een landschap. Een
kind leest een boek. Een paard trok een karretje
over een dijkje. Een marmotje bouwt een nest. Een
dier mist de spraak. Een knaajije schreef in de school
een schrift. Een slot shiit het hek. Een spel ver-
maakt een kind. Een standbeeld en een gedenkteeken
versieren een plein. Een vogeltje legt een ei. Een
leger verdedigt een vaandel tot het laatst.
40.
Ynl het onbepaalde lidwoord in :
— plant heeft — wortel en — stengel of stam.
— soldaat heet ook wel — militair. — soldaat
draagt — broek,—mouwvest of—jas en — muts of
— schako. — tafel, — stoel, — stoof, — kast, — spiegel
en — schilderij' zijn huismeul)elen. Duurt het feest
— dag of — week ? Deze pet kost — gulden, maar
die wel — rijksdaalder. — paard is — huisdier.
— heer, — dame en — kind reden met —rijtuig