Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
In welken naam ral staaV^Vlfstandige naamwoorden
in deae zinn^ I
De laatste week van maand zal de
slager onze koe slachten. Het paard van buurman
is nog maar drie jaar oud. Het varken van den
boer woog, een halfjaar geleden, reeds 200 KG.
Ons werk vlotte dien dag slecht. De koning onder-
hield zich eenen geruimen tijd met de soldaten. De
operatie kostte den man het leven. Den 13den Octo-
ber kwam het schip van Java terug. Mijn neef was
kapitein geworden en bleef nu twee jaar met verlof
in het land.
27.
Vnl het bepalend lidwoord in :
— koe werd — eersten November geslacht.
Gezondheid is — grootste schat. — oude man is
—. trouwe vriend mijns vaders. — laatsten dag —
jaars bracht hg in — huiselijken kring door. —
wijn kost eenen gulden — liter. — ijverige jongen
wordt — vreugde zijner ouders. Laurens Koster
schijnt — uitvinder — boekdrukkunst niet te zijn.
— leeuw heet — zinnebeeld — Nederlandsche
dapperheid. — ondervinding wijst hem hier —
weg. — derden dag na zijn overlijden werd —
man begraven. — brave zoon blijft — verzorger
zijns vaders. — soldaat lijkt — generaal wel. Voor
een kwartje — meter kocht — vrouw — linnen
van — koopman.
2