Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
bij hem. (A''ertrekken) gij met den eersten trein?
Ik (wachten) liever tot tien uren. (Verbeteren) gij
uw leven niet en (vragen) gij uwe moeder geene
vergiffenis ? Gij (hebben) later berouw over uw ver-
zuim. Hoeveel (kosten) dat paard wel ? Zoo ik het
niet beter wist, (denken) ik van 500 gulden. Zonder
die pillen (lijden) hij hevig aan de koorts. De jongen
(leiden) dien blinden man langs den weg. De boer
(berijden) dat paard eiken dag. De leerlooier (be-
reiden) die huid zeer spoedig. (Afmaken) hij zijn
werk niet zonder hulp ? Zoo gaarne (beproeven)
wij, hen van hun plan af te brengen. Het (streelen)
hem, idie onderscheiding te ontvangen. (Vertrekken)
de boot zoo vroeg? De kapitein (wachten) op ons.
Waar (rusten) wij veiliger dan in de ouderlijke
woning? (Vergeten) vsij u, o moeder?
21.
Maak den verleden voltooid toekomenden tijd der
werkwoorden in >'o. 19.
Plaats in So. 20 het werkwoord in den verleden
voltooid toekomenden tijd.
23.
Ontleed deze zinnen :
Jan is soldaat. Piet wordt timmerman. De steur is
een trekvisch. De jongen schijnt een schoorsteen-
veger. Lijkt de juffrouw eene dienstmeid? De kat
heet een huisdier. Bleef de vader de vTiend des
bakkers? Dikwijls wordt een leugenaar een dief.