Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
t, Wat beteekent de uitdrukking: Gij slacht derl
hoveling?
3. Wanneer is men prat op iets?
4. Wat verstaat men door 't eerste gunstig oog?
5. Wat zou men hier in plaats van valt kunnen zeggen?
6. Kent gij de beteekenis van 't spreekwoord: Duren
is een schoone stad?
7. Welk verschil geeft 't of men Ao/manl. ofonz. neemt?
8. Wat beteekent te haast?
9. En welke beteekenis heeft haast in den volgenden
regel?
10. Wat »eggen wg thans in plaats van dik, of dick,
zooals de dichter schrijft?
11. Zeg eindelijk nog wat de uitdrukking: Z)e Aove/tngf
is te haast geklommen, beteekent.
Beproef het volgende te verklaren.
1. Er is meer dichtelijks in het leven dan prozaïsche
menschen denken,
2. De gesloten pakhuizen en kantoren hebben iets
doodsch over zich en de nationale vrees voor kleur
geeft hun het air van in den rouw te zijn.
3w »Vooruitgang" is het wachtwoord onzer dagen.
een konino.
Hij is een Menigte besloten in een Kroon,
Een ieders opperknecht, een slave zonder loon,-