Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
Wal heldenmoed en irouw vermogen:
Een kerkhof was het, dal hij won^
Besfolpf met diggelen van dê wallen,
Zoodal hij niet meer zeggen kon;
))Een stad is in mijn macht gevallen!"
l. van den bhoek.
Verklaar de cursief gedrukte woorden.
Ik was deze dagen getuigen van de heersehende nood^
en draag u op, om het tafereel, dat ik daar,aanschouw-
de, op te nemen onder mijne g edenk schrift en \ wellicht
dat gij er u minder door aangetrokken gevoeld als ik, om-
dat ik u te veel naakte waarheid en te weinig kuns! aan-
biedt; gij weet intusschen dat ik bij mijne menschen- en
levensbeschouwingen liefst een eenvoudige referendh\ï]{ier\
uw en uwe gelijken de kritiek overlaat. — Weinige dagen
geleden begon ik mijne tocht op een bijtende koude janu-
ari-avond, in een der schamele buurten uil uwe stad. Ziet
gij daar geheel aan het einde van dien langen, smallen,
veriatenen, eenzamen, bouvalligen gracht, onder die halve
afgebrokene sloep, een donkere, nau we ingang, een poortje,
waaronder gij, menschen! gebukt en in hel duistere rond-
taslent, voorlstrompeld? Daarbinnen waag ik het een blik
te werpen, en zweefde nog verder voort, door die vogtige
lage gang waar de losse kalk hier of daar van den muur
is afgebrokkeld en een dompigen benauwden grafluchtmij
te gemoed kwam. Zoude ook hier nog menschen wonen.
vroeg ik aan mijzclve?
Lublink Weddik.