Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
6. En watbeleekeni't woord or^öffw in den volgenden zin?
Dit dagblad is het orgaan van den Minister van Bui-
tenlandsche zaken.
Verklaar de volgende zinnen.
1. Ilij schittert door zyne talenten.
2. Iltj schittert door zijne afwezigheid.
Hij stelt die zaak in 't licht.
4. Hij geeft dat werk in 't licht.
5. Behoefte maakt vindingrijk.
6. Overvloed uiaakt stomp cn traag en vadsig.
Geef eene korte verklaring vnn de volgende samengc-
j^cWe zelfst. naamw. Baanbreker, blauw verver, klaplooper,
kunstdraaier, bladwijzer, aannemer, medewerker,aanbren-
ger^ hoogvlieger, baliekluiver, straatslijper, tegenhanger.
Sommige bijvoegelijke naamw. worden met een ander
woord samengesteld, om aan te wyzen, dal de dingen de
lioedanigheden, door die bijv. naamw. uitgedrukt, in hoo-
geren graad, of in den hoogsten graad bezitten. In dit
geval verkeeren l>i]v. de bijv. nw. vol, duur, nieuvo, oudy
rond, versch, wit, mager, vet, enz. Toon dit aan.
Oslende lang in puin verkeerd.
De Spanjaard was er ingetogen,
Alberlus had op nieuw geleerd