Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
er ontlersclield tusschen: Hij is niet, wat hij schijnt,
en; Hij schijnt, wal hij niet is.
En tusschen: Hij gelooft, wat niet geloofwaardig is,
en: Hij gelooft niet. wat geloofwaardig is.
ü zal ik evenwel niet onhewierookt melden,
o Heemskerk! pronk en praal van Neerlands waterhelden^
Die woeste wegen baant en Eolus in 't hart
Van zijn bevrozen rijk, zelfs op zijn zetel tart;
Totdat ge, alom geducht, bij Herkules pilaren,
In schoone zeetriomf ten Hemel zijl gevaren.
1. Wat verstaat men door iemand hewierooken?
2. Is melden hier hetzelfde als heriehtenl
5, Wat bedoelt de dichter, wanneer hij zegt, dat
Heemskerk woesie wegen gebaand heeft?
4, Wie is Eolus?
5. Geef met uwe eigene woorden terug, wat de dichter
meent, wanneer hij zegt, dal H. ^olus in 't hart
van zijn bevrozen rgk, zelfs op zijn zetel tart?
P. Heemskerk werd alom geducht. Wat wil dat zeggen ?
7. Weel gij ook, wat men door Herkules pilaren ver-
staan moet?
8. Wie was Herkules?
9. Wat beteekent hier de uitdrukking ten Hendel ge-,
varen z-ijnl
l^odewijk XV vroeg bij gelegenheid van de allerluisler-^.