Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
. -r 'N
87
Weet ghij een woe/ieringh, waer God gcvaW aen heeft?
Het is, wanneer ghij Hem uw geld op renie geeft,
Sijt gij verlegen hoe 't den Hemel in sal raecken.
Geef het den armen maer, die sullen 't ovcrmaccken.
Huygens.
1. Verklaar de cursief gedrukte woorden.
2. Waarom behoeft de komma achter den 5<äen regel
niet door een vraagteeken-vervangen te worden?
3. Geef op tot welke soorten van woorden waer,
aen, hel, op, verlegen, hoe, in, het, armen, maer,
en diß behooren.
4. In welken naamval staan woekeringh, Godi, ge-
valt', JIcm, rente, Hemel, armen en diel
Breng onderstaande uitdrukkingen in goede zinnen
te pas.
Een wegsleepend verhaal. Naakte armoede.
Een bange droom. De naakte werkelijkheid.
Een bedenkelijk hoofdschudden. De oude vriendschap.
Een ruwe schets. Eene flauwe herinnering.
Een ruwe scherts. Een hooge kleur.
Op het eerste gezicht. Een traag verstand.
Het woord diep wordt somtijds vóór de werkwoorden
beleedigen, zinken, beklagen, vallen, verachten, enz. ge-
plaatst. Welk woord is diep in dat geval, en welke be-
teekenis heeft het dan?