Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
1.
[i»
13.
3.
Die IvDoplieden bedriegen zich.
» )) » ons.
» » » liem.
» » » elkander.
God wil, dat alle menschen elkander liefhebben,
)) » » )) » ons »
)' » . » » » hein »
Verklaar den volgenden zin, en ontleed hem dan.
Vrienden hebben veel menschen genoeg, maar slechts
weinigen hebben een vriend.
Bestsat er, door klankverwisseling, verband tusschen
de beteekenis der volgende woorden?
Bidden en gebed,
tegen » betengelen,
kruipen » kreupel,
door )) deur.
kram » krom.
water » wetering,
grijpen » greep.
land en Jjelenden.
steken, stak en stok.
hand en behendig,
schop, scheppen en schoepen,
lip, lepel en leppen,
stappen en stoep,
kloven, klieven en kluiven.
\aren, veerschuit en voerman, malen, molen en meulen.
vliegen, vleugel en dorschvlegel.
schieten, schnit, schot en schootgaan.