Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
'k Strompel er reeds zachtkens henen}
- Zeven kruisjes draag ik;
De oude dag geeft moede beenen:
»Stut mij, Heere!" vraag ik.
Eenzaam gaat mgn weg naar boren;
Waar ik veel moest derven,
Zal ik, die mijn lot moet loven.
Niet verlaten sterven.
Wat mij bond aan 't aardsche leven,
Rust reeds onder de aarde;
'k Heb hem veel teruggegeven.
Die mg veel bespaarde.
W. J. VAN ZESGELESi
1. Wenschte de oude weduwe, die zóó sprak, een
antwoord op de vragen: Wat geeft het? en Wie
beleeft het?
2. Zou er uit dezen regel: »'k Strompel er reeds
zachtkens henen," wanneer 't geen vers was, geen
woord kunnen worden weggelaten?
3. Waar strompelt zij reeds zachtkens henen?
4, Waarom zegt men wel: Zeven kruisjes draag ik.
maar niet twee of drie kruisjes draag ik?
8. Zg vraagt: Stut mij, Heere! Waar vraagt zij nu om?
6, Welk woord is eenzaam hier? Maar als er eens
stond: Eenzaam is mijn weg naar boven?
7. Wanneer derft men veel?
Wanneer looft men zijn lol? en wanneer sierft
- men verlatenl *