Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
kan dat wezen? — Waarom heeft slot, wanneer 't einde
beteekent, geen tneervoud"!
Wat beteekent 't werkwoord aanleggen in de volgende
zinnen?
1. Den dief werden de handboeien aangelegd.
2. Mijn paard wil gedurig niet aanleggen.
3. Leg aan, schipper! ik vaar mee,
4. De soldaat legt zijn geweer aan.
5. Hoe zal ik die zaak aanleggen?
6. Die man heeft een talrijk gezin; hij verdient niet
veel en moet het dus zuinig aanleggen, om rond
te komen,
7.' Hij legt eene verzameling van planten aan.
8. Wij zullen de kachel aanleggen.
9. Er wordt een spoorweg van A naar B aangelegd.
10. »Voerman! leg eens even aan."
Vorm van elk der volgende synoniemen een zin.
Aanstonds, aldra, binnenkort, dadelijk, dra, eerlang,
gauw, haast, onmiddellijk, onverwyld, oogenblikkelijk,
ras, spoedig, straks, terstond, weldra, welhaast, zóó,
in een ommezien, op staanden voet. —
lek had wat scherps geseght van menschen haar gebreken.
Dat, dunkt mg, wilt gij wreken,
Onnoozel Adriaan,