Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Kleia, nietig was de macht, waarmede, in de eerste dagen,
's Lands vaderen den strijd met Spanje dorsten wagen.
Gelijk, bij 't kleppen van een reiger in den wind,
Een nietig vlokje sneeuw zich van het ijs ontbindt.
Dat de Alpen overschorst, maar spoedig meerder vlokken,
Ind'eerstnauwzichtbren val,omzich heeft saamgetrokken.
Zoo, zwak, zoo nietig was de Nederlandsche leeuw,
Toen hij in 't strijdperk trad met Spanje.
Helmers, Hollandsche Natie,
1. Wat bedoelt de dichter met de eerste da^^en?
2. Hebben de onvolm. verl. tijd en 't verl, deelw, van
durven niet tweeërlei vorm? Is durven gelijkvl. of
ongelijkvl. en waarom?
3. Welke beteekenis heeft ontbinden hier?
4. Bedoelt men er nog weleens wat anders mede?
5. Wat verstaat men door 't kleppen van den reiger?
6. Moet ik zeggen: Er zijn van daag meer of meerder
menschen op de tentoonstelling geweest dan gisteren ?
7. Is r\auw hier een bijwoord oï eQx\ bijv, naamwoord?
8. Welke beteekenissen heeft 't woord val?
9. Welk verschil is er tusschen zich samentrekken en
om zich samentrekken'^ En welk woord is om dan?
10. Wat meent ie iichieT met de Nederlandsche leeuw?
11. Wat is een perk'^ Wat is een 5/ryV//3erA? En waar-
om zegt men nu juist sirijd/jerA? Zeg nu ook waar-
om men spreekt van in het strijdperk treden.
12. Wat is een tijdperk, een bloemperk, een gmsperkl