Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verbeter eerst de ingeslopen fouten. Wat zijn dat?
Zouden die fouten hier wel ingeslopen zyn?
Verklaar nu wat een gapende afgrond, een luvo
windje, zilveren lovers, gouden glansen, voltrekkers van
vonnissen zgn.
Wgs de hijwoorden aan. Ook de voorzetsels en voeg-
woorden.
Welke beteekenis heeft het werkwoord bewegen be-
halve die van in beweging brengen?
Hoorn.
Ben ick de moeder stad van sooveel moedigh bloed,
Dat sooveel' wond'ren dé, en sooveel wond'ren doet.
Van Mannen die, vermant, voormannen noyten weken,
Van Zeilers die, verzeilt, voor Zeilers noyt en streken.
C. Hüijgens.
1. Bedoelt de dichter zich zelven met dat voornw. ick?
"2. Wat kunt gij in de plaats van Moeder stadt stellen?
5. Wat hebt gij door moedigh bloed te verstaan?
4. Wat bedoelt de dichter hier met wonderen?
5. Waarop heeft het woordje dat betrekking?
6. Is het hier een betrekk. voegw. of een aanwijzend
voornaamwoord?
6. Wat beteekent 't woord bloed, wanneer men 't man-
nelyk neemt?
8. Wat zyn mannen, die vermand zijn? En die ver-
zeild zijn?
9, Hoe wüs het mogelgk, dat mannen, die vermand wa-
ren, niet weken voor mannen?