Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Schrijf 25 samengestelde woorden, met opgave van
de beteekenis, b. v.:
Stoomboot, — Eene boot of een vaartuig, dal door
middel van sloom in beweging gebracht wordt.
Kunt gij de beteekenis van deze samengest, woorden
wel opgeven?
boezemvriend, vaderland, pekelharing, poolster, stem-
vork, trekschuit, scherm bloem, raddraaier, belhamel,
matglas, tuighuis, steunpilaar, strandvonder, brandklok,
stapelplaats.
Zeg, welke van de volgende werkwoorden sterk en
welke zwak vervoegd worden;
Leven, sterven, zingen, bidden, slapen, werken, draaien,
drijven, halen, melken, spinnen, gaan, boeien, kruipen,
eten, vliegen, helpen, vergaderen, kloppen, rijden, tim-
meren, luisteren, zwemmen, zwerven, malen, bakken,
kennen, naaien, schrijven, loopen, blijven, nemen, vallen,
ondergaan, drukken, pra'en, drinken.
Waaraan kunt gij zien of een werkwoord sterk of
zwak is'^
Waarom zijn de volgende werkwoorden onregelmatig?
Willen, kunnen, moeten, mogen, weten, zullen, durven,
gaan, staan, doen, zijn, hebben, plegen, koopen, wei-ken,
zoeken, brengen, denken, dunken.