Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ü7
En Neèrlands weeke grond liijgde onder 'i wiclu van wee,
Toch hield haar vlag zich op, en dekte land en zee.
Tollens.
1. Wat verstaat gy door hel schrikkelijk pleit van
dwang en vrijheid?
2. Der vadren erf, wat is dat? En waarom noemt de
dichter het zoo?
3. Wat beteekent nu de geheele tweede regel?
4. Verklaar: Der vaderen erf dronk het bloed van enz.
5. Welk woord heeft dezelfde beteekenis als landzaal?
6. Verklaar nu achtereenvolgens den 4eu, 5en en 6en regel.
7. In welken naamval slaan de zelfst. nw. pleit, vaderen,
erf, legervaan, Vlaanderen, beemden, JSeérland, wee,
vlag, land, seel
Geef eene verklaring van de volgende spreekwijzen.
1. Iemand den voet dwars zetten. 2, Iemand iets voor de
Voeten werpen. 3. De voeten onder eens anders tafel steken.
4. Bij iemand een witten voet verkrygen.5. Hij heeft den
voet reeds in den stijgbeugel en zal weldra te paard zitten.
6. Hij leeft op een grooten voet. 7. Met iemand op een
goeden voet staan. 8. Ten opzichte van die zaak ziju wij
tegenvoeters. 9. Hij staat met den eenen voel in 't graf.
10. Iemand den voet lichten.
Wanneer zegt iemand iets puntigs?
Hebt gij weieens van een puntdicht gehoord?
Kunt gij ook een Nederlandsch puntdichter noemen?