Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
5. Wat beteekent het werkwoord bieden hier?
6. Is het woord heeten, in »heeten zonnebrand," niet
overtollig?
7. Wat is een klein begin?
8. Waarom is de vergelyking van Amsterdams opkomst
met den groei Tan den eik zoo wel gekozen?
Komen — kwam. Van waar is die w?
Zien — zag. » » » » g?
Slaan — sloegi. » » » » g?
Gaan — gingf, » » » » g?
Staan — slond, » » zya » n en d?
Houden — hie/d. » » is » 1?
De wilde papegay, eerst in het woud gevangen.
Wil enkel uyt de koy, en door de sporten prangen;
Maar als ze geenen troost in dit gewelt en siet.
Zoo stelt se zich gerust, en singt een geestig liet.
Wanneer der eenig mensch met druk is overladen.
Ik weet hem groot behulp tot alle groote quaden,
Waut als de gantsche ziel met plagen is gevult,
Daer is geen beter ding, als lijden met geduld,
J. Cats.
1. Schrijf dit vers over, en maak gebruik van de
tegenwoordige spelling.
2. Wat moet gij hier door de sporten verstaan?
3. Depapegaai wil door de sporten pra/j^en. Watisdat?
4. Van welk geslacht is 't woord papegaai?