Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
5. Wil ik u eens helpen? 6. De hond zal u niet bijten.
7. Haast u wat! 8. ü, Jan, had ik hier niet verwacht.
9. Houd u te goed, om kwaad te doen. 10. Ik beloof u niets.
Verklaar kortelijk de volgende spreekwoorden.
1. Zooals de waard is, vertrouwt hij zijne gasten.
2. Hij bewaart een appeltje voor den dorst.
3. Als de kat weg is, dansen de muizen.
4. De pot verwijt den ketel dat hij zwart is.
5. Hij heeft de klok hooren luiden, maar weetniet
waar de klepel hangt.
6. Dieeenkuil vooreenandergraaft,vaker zelf licht in.
7. Die met pik omgaat, wordt er meè besmet.
9. Het kieken wil wijzer zijn dan de hen.
Gelijk in d'eikel ligt de onmeetbare eik besloten.
Die eerst als 't nietig rijsjo onmerkbaar opwaarts schiet.
Dan, trots de orkanen, opgeschoten.
De schaduw van zijn breede loten,
In heeten zonnebrand, een gansche landstreek biedt,
Zoo is ook de Amstelstad uit klein begin gesproten.
HELiMERS.
1. Wat beteekent de uitdrukking: De eik ligt besloten
in den eikel?
2. Waarom noemt de dichter den eik onmeetbaar?
3. De eik schiet op, trots deorkanen. Watwildatzeggen?
4. Wat verstaat men door de breede loten van den eik?