Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
10. Wat mag daarvan wel de reden zijn?
Europa zag verbaasd het rijzend wonder wassen,
Het ongekend kleinood, verscholen in moerassen.
Uit wier en dras geweld, dat onbevlekt en schoon.
Welhaast als keurgesteent' zou vonklen aan haar kroon.
Tolle.\s.
1. Wat bedoelt de dichter met Europa en met het
rijzend ivonder?
2. En wat meent hij met Het ongekend kleinood uit
wier en dras geweld?
3. Wat is een keur gesteente? Wat zijn keurtroepen?
4. Voor welk zelfst. nw. staat 't bezitt. voornw. haar
in de plaats?
5. Wat wil 't zeggen, dat het ongekend kleinood wel-
haast als keurgesteent^ zou vonklen aan haar kroon ?
Welke woorden zijn afgeleid van het werkw. kennen,
en welke van kunnen? Vorm van elk der onderstaande
werkw. een zin. I. bekennen 2. ontkennen. 3. verkennen.
4. erkennen. 6. herkennen.
In welke naamvallen staat 't pers. voornaamw. U in de
volgende zinnen?
1. Ik verwacht u morgen. 2. Geef u zooveel moeite niet 5.
Uzal men daarvan nie t besch uldigen. 4. Mag i k u vergezellen?