Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
springen, opstellen— openstellen, opzetten—openzetten,
opleggen — openleggen, opsteken — opensteken, opwer-
pen — openwerpen.
Komen inde volgende zinnen ook overtollige woorden voor?
1. Ik zal mijne boeken eens byeenverzamelen.
2. Die man volhardt steeds in hel kwaad.
3. Zijt gij niet in staal ook zoo iels le kunnen doen?
4. Zoodra vader spreekt, zwyg ik stil.
5. In 1668 sloten Nederland, Engeland en Zweden
een verbond met elkander.
6. Een spoortrein beslaat uit eenige spoorwagens,
die aan elkander vastgehecht zijn geworden.
7. Ik hoop, dat gij aan mijn vriendelijk verzoek wel
zult willen voldoen.
8. Wij zullen van uw aanbod een goed en gepast ge-
bruik maken.
9. Mijn vader reist n u en dan wel eens melden spoortrein,
10. Wanneer had Napoleon het hoogste toppunt van
zijne macht bereikt?
11. Zij zijn met hun beiden gezamenlijk naar huis gegaan.
Welke beleekenissen heeft't woord eigen in deze zinnen?
1. Eigen haard is goud waard.
2. Het rooven is den vos eigen.
3. Hij kwam den eigen avond te Keulen aan.
En wal beduiden nu de volgende met eigen samengest.
woorden ?