Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
de ooren halen. 5. Hij heeft er geen ooren naar. 6. Iemand
iets in 't oor bijten. 7. Het oor scherpen. 8. Hij is doof
aan dat oor. 9. Iemand iets door den neus boren. 10. Op
zijn neus staan te iiijken. 11. Iemand iets onder den
neus wrijven. 12. In alles den neus steken.
Daar rijst bet tintiend starrenheer!
En de aarde zwijgt verbaasd,
't Gestarnte spiegelt zich in 't meer.
Waarop geen windje blaast,
't Is alles hemel wat men ziet;
Zelfs bergen vluchten heen,
't Verdorde blaadje schuifelt niet:
't Gestarnte spreekt alleen.
Van alphex.
1. Geefeene verklaring van iederen regel vanditcouplet.
2. Wat verstaat gij door 't gestarntel
5. Wat beteekent 't woord hemel hier?
4, Heeft dat woord niet nog andere beteekenissen?
5, Wat verstaat gij door 't spreken van 't gestarnte,
en wat door 't zwygen van de aarde?
6, Is verbaasd hier een bijwoord of een bijv. naamvu.'}
Toon in zinnen aan, dat gij de beleekenis der
Tolgende werkwoorden verstaat.
Opsluiten—opensluiten, ophalen —openhalen, opLoren —
openboren, opbreken — openbreken, opdrukken—open-
drukken, ophouden — openhouden, opspringen — open-