Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
kracht, die het hart overweldigen en den voet
kluisteren kan. Wat is dat?
7. Wat beteekent de uitdrukking: De golven breken
op het strand?
8. Is breken hier onzijdig of bedrijvend, en waarom?
9. Wat verslaat gij door den pulsslag van den oceaan ?
10. Wat beteekent harden"!
11. Wat bedoelt de schrijver met elemenlenl
12. [leeft 't woord 'elcmeHlen niet nog eene andere
beteekenis?
13. De matrozen zingen: »Het water is OMS element," Is
dat waar?
14. Is het water ook een element? Waarom niet?
15. Had de schrijver hier niet even goed 't woord
visscherlieden ah visscherlui kunnen bezigen?
16. Wat wil 't zeggen, dat ons volk den toon dorst
geven in Europa?
17. Welk volk geeft thans den toon in Europa?
Plaats vóór de volgende werkw. 't voorvoegsel ver, en
vorm van ieder daardoor ontstaan nieuw werkw. een zin.
Achten, ademen, antwoorden, bergen, bijten, bleeken,
breken, buigen, deelen, denken, dienen, dragen, drijven,
drukken, gapen, geven, grijpen, gunnen.
Geef de beteekenis op van de volgende spreekwijzen.
1. Het kwam hem ter ooren. 2. Hij laat de ooren hangen.
3, Iemand de ooren warm maken, 4, Iemand het vel over