Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
J\r VOORBEillCIIÏ.
riiig veieischt, — Je leesboeken, die op de school gebruikt
■worden, verkeeren in 't zelfde geval. En in de school moet
men bij den leerling reeds den lust tol lezen opwekken,
door hem te doen begrijpen, wat hij leest. Daartoe is het
noodig, dal men hem over minder voorkomende woorden
en woordverbindingen ondervraagt, dat men hem opmerk-
zaam maakt op de verschillende beteekenissen, die ze kunnen
hebben, dat men hem naar de reden vraagt, waarom in de-
zen of genen zin juist dat woord op die plaats gebezigd is,
enz. enz. Dit doende, zal men flinke lezers vormen, heeft
men een der beste middelen tol verstandsontwikkeling aan-
gewend, en zal de leerling later in staat zijn, met vrucht
degelijke en nuttige boeken Ie lezen.
Ontbreekt het den leerlingen dikwijls aan hel juisle inzicht
in de beleekenis van vele woorden, uitdrukkingen, tropen
en andere figuren van onze schoone en rijke laai, — dit is
niet zelden ook hel geval met Kweekelingen en zelfs met
Hulponderwijzers. Daarvan kan men zich in de school zelve
en op de akte-examens ten volle overtuigen.
Hoe dit gebrek Ie verhelpen? —
Het werkje, dat ik thans mijnen mede-onderwijzers met
bescheidenheid aanbied, heeft de strekking, daaraan mede
te werken. Uel bevat een aantal vragen en opgaven naar
aanleiding van stukken uit onze Hedendaagsche en vroegere
dichters en prozaschrijvers, terwijl ik tot afwisseling oefe-
ningen gegeven heb ter toepassing van het geleerde in de
Nederlandsche spraakkunst.
Dat het zijn weg moge vinden en nul slichten, is mijn
hartelijke wensch.
BEEMSTEK, H
November 1868.
Bij de verschijning van den derden druk heb ik alleen te
berichten, dal er hier en daar eene enkele wijziging en aan-
vulling heeft plaats gehad, waardoor 't werkje al weder in
bruikbaarheid moge toegenomen zijn.
BEEMSTEB, DEKKER.
6 Juli 1877.