Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
aan Oost en West ontrukt werden, vergeleken
met Peru^s grond?
9. Welke taalfout ziet gij in den laalsten regel?
Verklaar de volgende uitdrukkingen,
1. Een scherpe grenslijn. 6. Een doornig pad,
2. Een doordringende blik. 7, Een geldig bewijs.
3. Een getrouw geheugen. 8. Zwarte ondankbaarheid.
4. Een schitterend verleden. 9. De dorre handen.
5. Een denkbeeldig voordeel. 10, Holle klanken.
Schrijf zinnen op, waarin blijkt, dat de woorden
wanneer, waar en toen als bijwoorden en ook als voeg-
woorden kunnen voorkomen.
Tot welke soort van voegwoorden behooren ze dan?
Verdeel onderstaande voegwoorden in soorten.
En, maar, of, omdat, opdat, ofschoon, daarom, echter,
gelijk, mits, derhalve, voordat, zoodra, dewijl, wijl, doch,
hoezeer, tenzij, zoodat, nochtans, ovcrmiis, dan, zoo,
ondertusschen, toch, edoch.
Wat zijn stamwoorden, afgeleide en samengestelde
woorden? Schryf 25 stamwoorden op.
Vorm van elk der volgende achtervoegsels twee af-
geleide zelfst. naamw.
aar, aard, age, and, de, dom, te, el, elijn, ling, er, es,