Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Welle beteekenis heeft 't werkwoord laten in de vol-
Tolgende zinnen?
). Wij moeten het kwade laten en het goede doen.
2. Laat uw boek daar maar liggen.
3. De meester laat de kinderen lezen.
4. Heemskerk liet voor Gibraltar 't leven.
5. De geneesheer zal mijn vader laten.
6. Gisteren avond liet de nachtegaal zich hooren.
In 't verleden
Ligt het heden,
In het nu, wat worden zal.
Tot welke soort van woorden behooren hier heden en nu ?
Waartoe dienen de betrekkelijke voornaamwoorden?
Ontleed de volgendezinnen en wijs de betr. voornw. aan.
1. De man, die gisteren liep te bedelen, was vroe-
ger welgesteld.
2. De steur, dien ik gezien heb, woog minstens
honderd pond.
3. Het meisje, dat hare ouders verloren heeft, woont
thans in het weeshuis.
4. De les, die wij morgen moeten kennen, is moeilijk.
5. Het jongetje, dat ik deze morgen een appel
gaf, is bijna geheel blind.
6. God, die wgs is en goed, zorgt voor al zijneschepselen.
7. Ik kende den heer, dien wij ontmoetten, reeds lang.