Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
4. Wat verstaan we doov'tdarlel spelen der zonnestralen?
5. Sleedsche kluisteren, wat zijn dat hier?
6. Hoe kan men die kluisters ontvluchten?
7. Watkanmenzeg^eii\oor'tßuisterenderbladertongen?
8. Wat zijn bladerlongen, en waarom geeft de dichter
ze hier juist dien naam?
Geef van de volgende wvv. de tegengestelde beteekenis op,
I, Toestemmen, 2. geven, 3. vriezen, 4. komen 5, wa-
ken, 6. ontwaken, 7. blijven, 8. prijzen, 9. sparen, 10
vallen, 11, loopen, 12. beminnen, 13. winnen, 14. wer-
ken, 15. tegenwerken, 16. doen.
Zegt en schrijft gij:
Een lekker stukje kaas of Een stukje lekkere kaas.
Een heerlijke emmer met » Een emmer met heerlijke
melk. melk.
Een kostelijke mand met » Een mand met kostelijke
vruchten. vruchten.
Een goed glas wijn » Een glas goede wijn.
Een hartig stuk vleesch » Een stuk hartig vleesch.
Noem 4 woorden, waarin 't denkbeeld van binden,
6. waarin dat van tellen, 5, waarin dat van spreken, ea
7, waarin dat van breken ligt opgesloten.