Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Noem eene eigenschap en eene hoedanigheid van een
bal, een dobbelsteen, eene spons, een paard, eene pla-
neet, eene pen, een luchtbol, een vogel, een visch, een
zoogdier, een regenboog, een mes, een troffel, eene kers,
een aardappel, een vlok, eene lijn?
Welke beteekenissen heeft 't woord poslF En wat zyn
voorposten, lastposten en eereposlen?
Schrijf nu nog eenige samengestelde zelfst. nw. op,
waarin post 't omschrijvende of bepalende lid is, b. v.
postpapier.
De waarheid, schoon verkracht, en laat zich niet bederven.
De waarheid, schoon gewond, en kan toch nimmer sterven,
De waarheid richt zich op, al is het iemand spijt.
De waarheid is van ouds een dochter van den tijd.
De waarheid, wat men doet, en is niet in te dwingen,
Al zou de felste rots in duizend stukken springen:
De waarheid borrelt uit gelijk een zonneschijn.
De waarheid, hoe het. ga, wiL niet begraven zijn.
J. Cats.
1. Zoudt gij met weinig woorden kunnen zeggen, wat
de dichter ons in deze regels leeren wil?
2. Wat beteekent de uitdrukking: al is het iemand spijl?
3. Wat wil 't zeggen, dat de waarheid eene dochter
van den lijd isl