Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
6. Wat is een afgrond? In welken naamval staat
dat woord hier?
7. Wat is een einddoel?
8, Wat verstaat gij door rustloos streven?
9, Is het Tde vers taalkundig juist?
Wat is een man van karakter, een man van invloed,
een man van de wereld, een man zonder beginselen, een
man uit één stuk?
Wat verstaat gij door het nieuws van den dag? door
geleerden van den echten stempel?
Wat is zwak voor een woord in onderstaande zinnen?
1. Jan heeft een leelijk zwak: hij kan niet nalaten,
kwaad van anderen te spreken. 2. Vlijtig werken is
zijn zwak niet.
Welke beleekenis hecht gij aan den 2Jen zin?
1. Wanneer spreekt men van theorie en praktijk?
2. Wat zijn kwade praktijken?
3. Wat zijn winstgevende praktijken?
4. Wat is eene geneeskundige zaak met veel praktijk?
5. Wat is een praktisch man?
6. En wal een praktisch middel?
Welk verschil beslaat er tusschen eene eigenschap en
eene hoedanigheid?