Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
--J—_ - ^^m
44
De zon, die eeuwiglijk beloofde aan 'l zwerk te pralen.
Bekort al meer haar loop, rijst spade, om vroeg te dalen;
De damp en nevels, die haar gloeiend oog verslond.
Verdikken zich alom, doorweeken reeds den grond.
Loots, De Mensch.
Wat beteekenen de volgende uitdrukkingen?
Zijne piek schuren. Iemand den voet lichten.
De plaat poetsen. Den tijd uitkoopen.
Zich het brein spitsen. De gebeurtenissen vooruit-
De heest spelen. loopen.
De maan ontfloerst haar zachten luister,
Geen star dringt door de nev'len door:
Wie wijst in 't somber nacht'lijk duister
Den matten vvand'laar 't moeilijk spoor?
Hij ziet, door steilte en klip omgeven.
Zijn voel gestuit aan 's afgronds rand.
Wie leidt hem 't pad naar 't vaderland.
Het einddoel van zijn rustloos streven?
Goever.neur.
1. Breng den eersten regel van dit vers in proza over.
2. Waarom is in den 2Jen regel 't eerste woord door
een voorzetsel, en 't tweede een bijwoord?
5. Wat is een ma//e wandelaar?
4, Wat beteekent hier 't woord spoor? Wordt 't nog
in andere beleekenissen gebruikt?
5. Wanneer is iemand door slijlle en klip omgeven?