Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
V O O R H E U I C II T.
Niemand zal ontkennen, dat men met het onderwijs ten
doeï heeft den leerling zoo ver te brengen, dal bij later zijn
eigen onderwijzer kan wezen. Nu behooren goede boeken
zonder tegenspraak tot de beste middelen om zich op ver-
deren leeftijd beier bekend te maken met eene menigte za-
ken, waarvan men op de school om verschillende redenen
slechts ter loops of in 't geheel niet heeft hooren gewagen.
En niemand, hoe arm of gering ook, behoeft in onzen tijd
van dat middel verstoken te blijven. Immers, in elke stad,
in ieder dorp van eenige beteekenis bestaat de gelegenheid
om legen eene geringe opoffering lid te worden van eenig
leesgezelschap, of zelfs geheel kosteloos boeken uit eene
volks-leesbibliotbeek te ontvangen.
Vanwaar dan 't verschijnsel, dat van die uitmuntende ge-
legenheid om voedsel voor verstand en hart te ontvangen,
nog veel te weinig gebruik wordt gemaakt? Waaraan 't toe
te schrijven, dat menig huisvader en jongeling de avonden
buitenshuis doorbrengt, liever dan in de schoot van 't gezin
een nuttig en onderhoudend boek ter hand te nemen, en
zoodoende zich zeiven en de zijnen tot nut en zegen te zijn?
Ongetwijfeld moet dit treurig feil daaraan geweten wor-
den, dal men niet verstaat, wat men leest, zich dus spoe-
dig verveelt en 't boek onvoldaan ter zijde legt. En hoe
kan 't ook anders? Evenmin toch als men met aandacht en
genoegen kan luisteren naar een spreker, die niet begrepen
wordt, 't zij omdat hij eene laai bezigt, veel te verhevea
en te geleerd voor zijne hoorders, 'i zij omdat die hoorders
zeiven beneden 't peil eener gewone verstandsontwikkeling
staan, — evenmin kan zelfs een vriend van lezen genot
smaken in een boek, welks inhoud voor hem in nevelen
gehuld is.
Neem een boek of tijdschrift ter hand, onverschillig welk,
en gij zult eene menigte woorden en uitdrukkingen vinden,
die verklaring behoeven. Maar niet alleen de boeken, die
voor wolwassenen geschikt zijn, bevallen veel, wat ophelde-