Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Weet gij, wat een noodzakelijk kwaad is?
Kunt gij aantoonen, dat er werkelijk zoodanig kwaad
bestaat?
De paarden Irekken zware lasten.
De zwaluwen trekken naar het Zuiden,
3Iijne zuster heeft een fraaien prijs getrokken^
De thee staat al een half uur te trekken.
A, te Amsterdam trekt op B. te Londen.
In bovenstaande zinnen komt 't werkw. trekken in
vijf beteekenissen voor. Hebben de volgende werkw.
ook meer dan ééne beteekenis?
Voorschrijven, verzetten, stemmen, afnemen, afzetten,
verzekeren.
Schrijf 5 zinnen op, waarin 't woord «mar als voeg-
woord, en 5 andere, waarin 't als/njit'oorrfgebruikt wordt.
Wanneer zegt men dat iemand opgewonden is?
En wat is'een opgewonden uurwerk?
Is er onderscheid tusschen opwinden en ophijsehen?
Schrijf 10 woorden, die met 't woord wind zijn sa-
mengesteld.
Men noodzaakte hem, hem over te geven, en verklaarde
hem, dat hij hem gelukkig mocht rekenen, dat de Koning