Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
7. Alle weldenkende Nederlanders vereeren de nagedach-
tenis van Prins Willem I: hij was de grondlegger hun-
ner vrijheid.
8. Wacht u Toor onmatigheid: zij is de oorzaak van vele
ongesteldheden.
Waarom is in deze zinnen gebruik gemaakt van het
dubbelepunt?
Welk voegwoord zoudt gij hier kunnen gebruiken?
Wat teeken moet men in dat geval bezigen?
Wanneer wordt 't dubbelepunt ook geplaatst?
Ontleed den volgenden zin.
Hem, die zich anders vertoont dan hij is, noemt men
een valschaard of veinzaard.
Welke verschillende beteekenissen geeft het aange-
wezen geslacht aan de volgende zelfst. nw.?
post. m en v. patroon. m en O.
morgen, m » o. streek. m » v.
maat, m » V. loods. m » V.
hof, m » o. drop, m )) O.
das. m )) V. kamp. m » 0.
want, V » O, slaap. m » v.
deel, V » 0. bol. V )) O.
bal. m » 0. vorst. m .» V,