Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Eti wat beteekenen de volgende woorden, die uiet vimr
zijn samengesteld?
vuurpijl, vuurroer, vuurbaak, vuursteen, vuurpioef,
vuurscherm, vuurtang.
Heeft 't werkwoord slaan in onderstaande zinnen
overal dezelfde beteekenis?
De voerman slaat de paarden.
De klok slaal.
De onvoorzichtige jongen slaat uit het venster.
Deze zin staal op den vorigen.
En verklaar nu ook nog de volgende woorden;
beslaan, aanslaan, inslaan, uitslaan, overslaan, outaluau,
doorslaan, afslaan.
Aanvankelijk dorst de jnensch, hoewel hij, meer bedreven,
Reeds kielen had gebouwd, nooit verr' de kust begeven:
Hij vreesde 't onafzienbre en bulderend element,
GeJijk een kind verschrikt voor *t geen zija oog niet kent.
Dan, toen hij met beleid op ^s hemels trans mocht staren.
En levens starrenkunde aan wiskunst leerde paren^
Acht gaf op zonnestand, op jaargetijden keer^
üer golven boezem peilde, eu lette op wind en weer;
Toen dorst hij 't bruisend nat doorklieven en beteuglen.
Door 't onvolmaakt geslel van 's vaarluigs breede vleuglen;
Toog heen lot handelwinst, en voerde langs de baaa
Der hal/gekende zee uitheemsciie schatten aan.
Verklaar de curciefgedrukte woorden en uitdrukkingen
ia bovenstaande verzen.