Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
In welke van onderstaande^woorden ligt 't denkbeeld
van waar—'t tegendeel van onwaar — opgesloten?
Waarachtig, waardig, voorwaarde, waarlijk, gewaarwor-
den, waarschuwen, waarheid, waarschijnlijk, waarzeggen,
onwaarde, geldswaarde, verwaarloozen.
Zijn er ook bij, waarin 't denkbeeld van waarde en
waardig voorkomt?
Geef eene verklaring van wat hier volgt.
Mijne ziel beeft. Mijn hard krimpt ineen.
Het hoofd duizelt mij. Zijn oog rustte op het portret
zijner moeder.
Hg stond als aan den grond genageld.
Welk verschil merkt gij op in de twee volgende zinnen?
1. Zorgvuldig heeft zg ons kinderen opgepast.
2. Zorgvuldig heeft zij onze kinderen opgepast.
In welken naamval staan ons en kinderen in den Isieu
zin, en in welken nv. staan onze en kinderen in den
aden zin?
Het huisje was klein; het eenige venster stond scheef;
de deur was heel laag, en het rieten dak had beter kun-
nen zijn; maar zij had er ten minste eene woning aan.
Zij had er een fraai uitzicht over de zee, die met al hare
macht over den dijk sloeg. Al spatte het zoute schuim