Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Wat beteekent't woordje met in den volgenden zin?
Bij velen begon zicli reeds iets van die verachting te
vertoonen, welke meest alle verraders, met dat men hen
niet meer noodig heeft, plegen te ondervinden.
En wat beteekent hier 't woord plegen F j
Weet gij ook wat eene zinspreuk is?
))[k zal handhaven," was en is nog de zinspreuk der
Vorsten uit het huis van Oranje-Nassau,
»De tijd en ik zijn twee," was de zinspreuk van Philips II.
»Nu of nooit," was de zinspreuk van Lodewijk van Nassau.
»Branden is het sieraad van den oorlog," was die van
Maarten van Rossum,
»Peut être, d. i. misschien," was de zinspreuk van Hen-
drik van Brederode.
Zoudt gij uit deze zinspreuken ook iets kunnen opma-
ken omtrent 't karakter van de personen, die ze bezigden?
Plaats elk van de volgende werkwoorden in een zin.
Drinken — drenken, zitten — zetten, liggen — leggen,
denken — dunken, kennen — kunnen, vallen — vellen.
Welke beteekenissen heeft 't woord eenig in de vol-
gende zinnen? '
Wees zoo goed en leen my eenig geld.
Johan was de eenige zoon van brave ouders.
Dit boekwerk is eenig.