Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Kent gij de beteekenis der rolgende woorden?
Wanbedrijf, wanbetaling, wangedrag, wangunst, wan-
hoop, wanklank, wanorde, wansmaak?
De mensch, van ware deugden leeg,
En vol van sotten lust.
Hem zelfs en andren in de weeg,
Vermoord zijn eygen rust. Camphuyzen.
1. Wanneer is de mensch van ware deugden leeg?
2. Wat zijn ware deugden?
3. Wanneer is iemand zich zeiven en anderen in den weg ?
4. Hoe kan men zijn eigen rust vermoorden?
5. Schrijf bovenstaand versje volgens de spelling, die
wij thans volgen.
6. Kunt gij den hoofdzin uit dit vers noemen?
7. Hoevele en welke afhankelijke zinnen treffen wij
hier aan?
Hoor ginds in 't dal der lammeren zacht geblaat.
De kudde scheert het donzig kleed der heide.
Het moedig ros draaft in de klaverweide,
Terwijl het lund den donkren stal verlaat.
De luchtstroom draagt de liefelijkste geuren.
Elk ochtenduur brengt nieuwe schoonheid aan.
Uit de »Vergeet mij niet," 1861.
1. Wat verstaat gij door het donzig kleed der heide?
2. Wat beteekent nu de geheclc 2Je regel?