Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
3. Wat beteekent 't woord houd in den Sden^ en wat
in den 5de" regel?
4. Voor welke woorden zoudt gij andere in de plaats
zetten?
5. Wat is )^soele jok"? Wat is een »soe< gelael'"?
6. Waarmede wordt de wereld wel eens meer vergele-
ken behalve met een groot woud?
7. Wat wil de dichter ons in deze verzen leeren?
kurketrekker en kurkenmandje.
pijpedop » pijpenlade.
pennemes )) pennenkoker.
hoededoos » hoedenmaker.
inutsebol » mutsenmaakster.
paardekop » paardenmarkt.
haneveer » hanengevecht.
messeschede » messenmaker.
druivepit » druiventros.
brilleglas » brillenslijper.
mollevel » mollenval.
hertebeest » hertenjacht.
Wanneer plaatst men 't voorvoegsel her voor een werk-
woord? Voor welke werkw. kunt gij her niet plaatsen?
Waarom niet? Schrijf 25 werkw. op, en beproef of er
her voorgeplaatst kan worden.