Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Alle dingen hebben iwee handvatsels.
't Komt op geen turfje aan, als men in 't veen is.
Als 't getij verloopt, moet men de bakens verzetten.
De druiven zijn zuur, zei de vos.
Schryf samengest. zelfst. n\v, waarvan 't eerste lid een
zelfst, nw., een bijv, nw,, een telwoord, een werkw, of
een bijwoord is. Zoo mogelijk van iedere soort een tiental.
Toon in zinnen aan, dat gij de beteekenis der onder-
staande werkwoorden verstaat,
vinden, bevinden, uitvinden, ondervinden,
zoeken, bezoeken, uitzoeken, onderzoeken,
halen, behalen, aanhalen, verhalen, onthalen,
houden, aanhouden, uithouden, onderhouden, behouden.
Gg, die u in dit groote wout.
Dat is, hier in de werelt houd.
Weet dat 'et niet al vrienden sijn,
Die op u lacchen na den schijn;
Maar houd, dat onder soet gelaet
Schuylt dikmael niet als eygeubaet,
Of dat ook onder soete jok.
Wel somtijdts steekt een oude wrok.
1. Wie, denkt gij, is de dichter van deze verzen?
2, Schrijf ze op, maar gebruikt de tegenwoordige
spelling.