Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Wanneer zeggen wij : Er liggen veel appelen in den
kelder, en wanneer vele appelen?
GevToonlijk zegt men : Er hangen veel peren aan dien
Loom. Zou 't ook kunnen gebeuren, dat men zeggen
moest: vele peren?
Hebt gij ook iets aan te merken op de plaatsing der
teekens in 't volgende versje van P. G. Hooft?
Wanneer als d'aarde van, des ruwen winters plagen,
En zijn ontijdigh koudt, omhelzen wordt ontslaagen.
Gevoelt zij in haar hart, oprekenen de schier.
Heel uitgedoofde kracht, van haar begraven vier.
1. Welke woorden spellen wij thans anders?
2. Tot welke soort van woorden behoort schier?
5. Kent gij een woord, dat dezelfde beteekenis heeft?
4. Waarom is 't woord vier in dit vers geen telwoord?
5. Welk woord zou uit den lo" legel kunnen worden
weggelaten?
6. Waarom?
Stel zinnen te zamen, waarin de volgende byw. uit-
drukkingen voorkomen.
Te huis, te land, ter zee, te paard, te scheep, te koop,
te huur, ter leen, te kijk, te zoek, te berge, te rade,
te leur, te recht, ter dege, ten laatste.
Geef eene korte uitlegging van deze spreekwoorden.
In het land der blinden is éénoog koning.