Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
Hebben de bijv. nw. hard, zwaar, valsch, sprekend,
rond hier OTeral dezelfde beleekenis?
1. De steen is hard. 2. Zijn lot is hard. 3. Die roode
kleur is hard. 4. De lonen uit de trompet zga hard.
1, Het lood is zwaar. 2. Zijne stem is zwaar. 3. Hij
heeft een zware verkoudheid gevat. 4. Er rustte eene
zware verdenking op hem.
1. De kat is valsch. 2. Dat geluid was valsch. 3. Deze
stelling is valsch. 4, Die balans is valsch.
1. Hij is het sprekend evenbeeld zgns vaders. 2. Dit
orgel heeft een sprekend front. 3. Zie hier het sprekend
bewys voor mgne bewering. 4. De gelgkenis is sprekend.
1. Ik zal u een rond antwoord geven. 2. De bal is
rond. 3. Die matroos is een ronde vent. 4, Eene ronde som.
Wanneer gebruikt gij 't voegwoord omdat en wanneer
opdat?
Geef van elk 5 voorbeelden.
Wanneer moeten wij gebruik maken van 't vergelykende
voegwoord als, en wanneer bezigen wij dan.'
Geef van elk 5 voorbeelden-