Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Beschrijving van den Winter.
1. Overgang van den herfst op den winter. 2. Korte,
gure dagen. 3. De koude wordt al strenger. 4. Het
water wordt ijs. 5. Sneeuw bedekt de velden. 6. Win-
tervermakelijkheden. 7. IJs en sneeuw hebben hun nut.
8. Armoede in den winter. Liefdadigheid. 9. Vertrek
van den winter.
Wij vogels vliegen, warm gedost.
Gerust van tak lot tak.
De hemel schaft ons drank en kost;
De hemel is ons dak.. Vondel.
Wat beteekent 't woord hemel in den 5en, en wat in
den 4eii regel? Welk woord zouden wij in de plaats van
schaft kunnen stellen? In welken naamval staat 't woord
vogels, en waarom? En 't woord ons in den 3en regel?
Van vrglieid is hier (in mijne woning, zegt de Huis-
vader) spraak noch schrift.
Maar wel wordt zij genoten.
Door kleinen en door grooten. N. Beets.
Kunt gij mij zeggen, hoe zoo iets mogelijk is?
Wat beteekenen de uitdrukkingen: »Tijd is geld" en
»Kennis is geld"? En »Kennis is macht"?