Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
3. Kokend schuim. 8. Knagend zelfverwijt.
4. Een zilveren toon. 9. Eene schoone toekomst.
5. Een treurig sterfgeval, 10, Een gewetenloos bedrieger.
Geef van bovenstaande uitdrukkingen de beteekenis op.
Plaats voor de volgende werkw. 't voorvoegsel ont, en
geef van de daardoor nieuw gevormde werkwoorden de
beteekenis op. Laat't uit de voorbeelden, die gij bijbrengt,
blijken, dat gij hunne beteekenis vat.
Breken, bijten, binden, branden, doen, duiken, gaan,
halen, hellen, houden, kleeden, kluisteren, knoopen,
kurken, laden, leenen, loopen, moeten, pakken.
Wat onderscheid beslaat er tusschen:
rooven en ontrooven,
vluchten en ontvluchten,
branden en ontbr;inden,
kapen en ontkapen.
rukken en ontrukken,
spruiten en ontspruiten,
stelen en ontstelen,
wakeu en om waken.
Zins-ontleding.
Iedere winternacht brengt een ijsdek, dat de winterzon
slechts moeilijk weer vernielen kan.
Woord-ontleding.
Met breed opgeslagen pluimen zit de musch treurig en
slil op de goot. —